Cornelis de Bruin, Utrecht 1870-1940.

Cornelis de Bruin wordt geboren op 7 april 1870 te Utrecht. De lagere school doorloopt hij in Amsterdam. In die tijd ontwikkelt hij zijn interesse voor het kunstenaarschap. Op 15 jarige leeftijd woont Cornelis in Hilversum en schildert hij een mooi portret van zijn opa Franciscus Jungman. Hieruit blijkt dat hij talent heeft. Op zijn achttiende vertrekt Cornelis in z'n eentje opnieuw naar Amsterdam, waar hij zich verder ontwikkelt als kunstenaar.

Vijf jaar na zijn aankomst in Amsterdam wordt hij daar in 1893 toegelaten tot de Academie voor Schone Kunsten. Hij krijgt daar les van de bekende leraar August Allabé. In 1895 wordt hij aangenomen als de artistieke leider bij de nieuwe Amsterdamse plateelfabriek de Distel. Hij wordt daar één van de bepalende figuren bij de ontwikkeling van de art nouveau in Nederland. Een hoogtepunt is het realiseren van 20 tegeltableaus over de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, voor het café Transvalia in Rotterdam. Na de jaren bij de Distel is hij werkzaam bij diverse plateelfabrieken. Onder andere bij de Dordtsche Kunstpotterij (DKP) en de Plateelbakkerij Delft in Hilversum (PBD).

Cornelis de Bruin trouwt op 12 april 1900 met Naatje de Haas. Zij krijgen samen 5 kinderen. Als keramist verdient hij een basisinkomen dat hem in staat stelt zijn gezin te onderhouden en schilderijen te maken. Uit bewaard gebleven brieven blijkt dat het schilderen zijn grote passie is. Hij doet dit in de stijl van de impressionisten van de Haagsche School. Geen enkel onderwerp wordt door Cornelis vermeden. Hij schildert landschappen, zeegezichten, dorps- en stadgezichten, portretten en stillevens. Zijn oeuvre geeft hierdoor een mooi beeld van Nederland aan het begin van de 19e eeuw. Cornelis verhuist met zijn gezin veelvuldig. Het gezin woont onder andere in Laren, Baarn, Maarssen en Bunnik. In de omgeving van deze woonplaatsen maakt hij vele schilderijen.

Vanaf 1923 woont het gezin De Bruin in Amsterdam. Daar schildert en exposeert hij tot het einde van zijn leven in 1940. Zijn laatste rustplaats vindt hij in Soest.

Cornelis de Bruin is een buitengewoon productieve schilder. Hij signeert zijn favoriete schilderijen met "Corns de Bruin ft" (fecit=heeft gemaakt ) of "Corns de bruin". De met "C. de Bruin" gesigneerde schilderijen zijn de broodschilderijen. De kwalitatief mindere schilderijen signeert hij met "van Wijck". Ook gebruikt hij de naam "W. Hindenberg", waarschijnlijk met het oog op de Duitse markt.

Naast het schilder en keramiekwerk doet hij ontwerpwerk voor o.a. Tuschinsky, de Synagoge in de Linnaeusstraat alsook de vrijmetselaarsloge in Amsterdam. Hij maakt beelden die de gevels van het Rode Blok en een pand aan de Prinsengracht in Amsterdam sieren.

Cornelis de Bruin laat een rijk oeuvre aan schilderijen na, met een zeer herkenbare stijl. Hij is een van de vele schilders die in de schaduw van de beroemde Haagsche School tijdgenoten werkt. Een groep schilders die ook wel als 'kleine meesters' wordt gekenschetst. Een titel die ook Cornelis de Bruin, met zijn herkenbare en krachtige stijl, toekomt.

Stadsarchief amsterdam Kunstkring Appeles (40K) Foto van de Kunstkring Appeles (nov. 1926). Cornelis de Bruin is de 2e persoon van links. Op de rechterwand, linksboven hangt een werk van De Bruin. Een moeder met twee kinderen met op de achtergrond de Nicolaaskerk in Amsterdam. (Bron stadsarchief Amsterdam)

Op de cover van de katholieke illustratie (27K)
Op de cover van de 'katholieke illustratie', Harlingen vanuit zee gezien, 23 mei 1935.

reclamebiljet tweede kamer 16 mei 1905 (71K) Reclamebiljet 2e kamerverkiezingen 16 mei 1905, gesingeerd rechtsonder "Corns de Bruin ft"